Het vervolg laat zich voorspellen: de minister van Veiligheid en Justitie reageerde snel. ‘We zullen die meneer tot de orde roepen, dit feestje gaat niet door’, aldus de minister. Het moet volgens de minister afgelopen zijn met dit soort oprispingen.
De bon is een onderdeel van het politiewerk
De discussie over het bonnenquotum is in de kern een discussie over middel en doel. Het uitdelen van een bekeuring is een middel of bevoegdheid die politiemensen kunnen inzetten wanneer zij een overtreding waarnemen en vinden dat deze overtreding repressief moet worden afgehandeld. In de uitvoering van het politiewerk is er ruimte om een eigen afweging te maken ten aanzien van (o.a.) het al dan niet geven van een bekeuring. Soms laat je het gaan, soms geef je een waarschuwing en soms haal je het bonnenboekje tevoorschijn. Het geven van een bekeuring is voor politiemensen een dagelijks onderdeel van het werk. Het handhaven van de rechts- en openbare orde gaat immers niet zonder het schrijven van bekeuringen.
Een bonnenquotum vanuit Den Haag is zinloos
Door een norm te stellen voor het aantal uit te schrijven bekeuringen, wordt er gestuurd op het middel. Sturen op een middel is altijd minder verstandig dan sturen op het doel. Wanneer het doel (meer veiligheid) echter door de politie nauwelijks afdwingbaar is, kan sturen op het middel een goed alternatief zijn. De vraag is alleen op welke niveau op een bonnenaantal kan/moet worden gestuurd. Dit heeft vanuit Den Haag geen meerwaarde, omdat de discussie dan op een te hoog abstractieniveau wordt gevoerd. Het aantal bekeuringen dat de politie uitdeelt, is alleen een betekenisvol cijfer wanneer het wordt voorzien van (lokale) context.
Op individueel niveau kan een bonnenquotum van meerwaarde zijn
In de relatie tussen een operationele chef en een individuele politiemedewerker kan inzicht in het aantal bekeuringen wel waardevol zijn. Politiemensen die dagelijks op straat werken, lopen tegen tal van situaties aan waar het mogelijk is om bekeurend op te treden. Politiemensen die nauwelijks bekeuren zijn in dat licht opmerkelijk; zij maken nauwelijks gebruik van hun wettelijke bevoegdheden. Daar kunnen verschillende redenen aan ten grondslag liggen: van werkontduiking tot angst om een bekeuringsgesprek te voeren. Het aantal bekeuringen op individueel niveau biedt aanknopingspunten om het gesprek over de stijl van optreden aan te gaan.
Richt je op de kern van het politiewerk
Het bonnenquotum is geworden tot de kop van jut van politiesturing. In Den Haag is men er hypergevoelig voor en daar heeft men op lokaal niveau last van. Een politiechef die met een medewerker het gesprek aangaat over het aantal bekeuringen loopt tegenwoordig het risico dat hij vanuit Den Haag ‘tot de orde wordt geroepen’. Laten we hopen dat de nationale politie er niet voor gaat zorgen dat men op de verschillende sturingsniveaus alleen maar drukker met elkaar wordt in plaats van de aandacht te richten op de kern van het politiewerk. Onderdeel van deze kern is het handhaven van de orde door middel van het uitschrijven van bonnen.


In veel organisaties maken de professionals het verschil. Dat geldt voor het onderwijs, maar ook de politie en de zorg. Juist de leraar, rechercheur en verpleegkundige krijgen – althans in woorden – veel aandacht. Lees verder >
De minister van Veiligheid en Justitie heeft onlangs aangekondigd dat hij verwacht dat alle organisaties in de sectoren Openbare Orde en Veiligheid en Openbaar Bestuur eind 2011 dienen te beschikken over continuiteitsplannen voor uitval electriciteit en ICT. Lees verder >